Jan Dries

1925 (Mol, België) – 2014 (Zoersel, België)

Jan Dries was stichtend lid van G58 en van De Nieuwe Vlaamse School. Hij maakt in de jaren ’50 vooral naam met zijn autonome keramieksculpturen. Zijn filosofische natuur volgend zoekt hij een weg die hij al betreden heeft via de fotografie waarin een fascinatie ontstond voor het licht. Hij beoogt zuivere vormen waarin kleur plaats maakt voor gave lichtwerking; via plaasteren beelden kiest hij sinds begin jaren ’60 hoofdzakelijk voor wit marmer.

“…Licht en donker bepalen voor wat ik in het marmer tot een vorm wil omvatten. Het licht krijgt door de bezieling in een bepaald volume een eigen leven. De veranderlijkheid van het licht binnen het karakteristieke van de vorm is het andere van het ene wat men met de ruimte voorstelt. Het ene is het andere. Een dergelijk beeld dat tot een licht-balans is gebracht heeft in wezen een meditatieve dracht, een soort al-tijd: een ondefinieerbaar eigen zijn, dat een a-dimensionale ruimte in tijd heeft doen ontstaan…”

De specifieke zienswijze van Jan Dries op kunst is op een eigen taalgebonden manier terug te vinden in de keuze van titels voor zijn werken: om-dat, lichtvaart, vol-ledig, samen één zijn, tussen beiden, …

Jan Dries doet in 1974 als eerste kunstenaar een ingreep in het terrein van een Belgisch museum en realiseert in Middelheim met aarde en gras zijn ‘meditatieve ruimte het zelf zijn’, dat in 1986 door hem geïntegreerd wordt in het Theaterplein aan de Stadsschouwburg van Antwerpen (36×36 m; vernietigd in 2007).

In 1986 ontvangt hij de Prijs Vlaamse Gemeenschap als waardering voor zijn kunstenaarsloopbaan, in 1987 de onderscheiding Ridder in de Kroonorde, en in 2016 het ereburgerschap van de gemeente Zoersel.

Werken van Jan Dries vindt u in collecties van overheden en in diverse musea in binnen- en buitenland, het werd op meerdere plaatsen geïntegreerd in de openbare ruimte, en werd aangekocht voor privé- en bedrijfsverzamelingen.